Deze verplichting komt voort uit de Europese richtlijn EPBD. De REG verwijst voor de eisen voor het maken van het label naar BRL (Beoordelingsrichtlijn) 9500. ISSO-publicatie 82 beschrijft de middelen om aan deze eisen te voldoen voor woningen en woongebouwen en ISSO-publicatie 75 voor utiliteitsgebouwen. Tevens verwijst de REG naar BRL9501 die de eisen bevat voor de softwareprogramma’s om de energie-index te berekenen en het energielabel te genereren. De ISSO-publicaties 82.1 en 75.1 geven aan welke gegevens van een gebouw nodig zijn om het energielabel te kunnen maken en hoe men deze gegevens moet verzamelen. In verband met de wijzigingen in de REG en de BRL 9500 zijn de ISSO-publicaties herzien.
Gerealiseerd verbetertraject
Berichten in de media, onderzoek, workshops, examens en vragen bij VROM, SenterNovem, ISSO en KBI vormden de aanleiding om verbeterpunten te inventariseren voor de BRL 9500 en de betreffende ISSO-publicaties. Voor zover deze verbeterpunten/aanpassingen betrekking hebben op de labelmethodiek zijn deze besproken met de verschillende marktpartijen.
Aanvullend is door de minister van VROM een oproep gedaan aan betrokken marktpartijen om aanvullende suggesties en commentaar aan te dragen met als doel om per 1 januari 2010 een nieuw energielabel en vernieuwde energielabelmethodiek vast te stellen. De geïnventariseerde verbeterpunten zijn verwerkt in de BRL 9500 en ISSO-publicatie 75 en 82.
De aanpassingen/verbeteringen hebben betrekking op de volgende onderdelen:
- verbeterde lay-out van het energielabel (voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen);
- splitsing van het primair energieverbruik op het energielabel in elektriciteit, gas en warmte;
- actualisatie van de bepalingsmethodiek, opnamemethodiek en software.
De minister wil daarbij dat leveranciers van energielabels zorgvuldiger te werk gaan bij de uitvoering van het kwaliteitsborgingsysteem: adviseurs moeten woningen bijvoorbeeld echt bezoeken en zelf de nodige gegevens opnemen door waarneming in het gebouw en dus niet alleen werken met tekeningen of opgaven van hun klant. Bij de uitvoering van het verbetertraject zijn vele partijen - overheid, kennisinstellingen, softwareontwikkelaars, adviseurs, opleiders - betrokken.
Medio mei 2009 is de nieuwe lay-out opgeleverd van het energielabel voor de utiliteitsbouw en de woningbouw. In juni volgde de aangepaste formulestructuur, de basis voor ISSO-publicaties 75.3 en 82.3. Hiermee zijn de eerste twee onderdelen van het verbetertraject gerealiseerd en zijn de softwarebouwers aan de slag gegaan. Verder is er hard gewerkt aan een aangepast opnameprotocol: de basis voor ISSO-publicaties 75.1 en 82.1. Tevens zijn alle vijf de delen van de BRL9500 ter kritiek gepubliceerd. De kritiekperiode van de BRL 9500 liep tot eind juli 2009. De huidige BRL9501 wordt gehandhaafd. Wel heeft het Centraal College van Deskundigen van KBI een wijzigingsblad BRL9501 vastgesteld. Hierin staan de aangepaste Energie-Index Rekentesten beschreven waarmee de aangepaste software in later stadium getest kan worden.
Helder label
In eerste instantie is gewerkt aan een betere lay-out en communicatieve boodschap van het woningbouwlabel. Het utiliteitsbouwlabel sluit daar zo veel mogelijk op aan.
Op een aantal punten verschillen de labels van elkaar:
- verschillende iconen: bij woningbouw woningtypen (31), bij utiliteitsbouw hoofdgebouw- en gebruiksfuncties (9);
- bij utiliteitsbouw staat een CO2-berekening op het voorblad;
- bij utiliteitsbouw zijn de energetische eenheden uitgedrukt per m2;
- bij utiliteitsbouw is het mogelijk de gebouwnaam te vermelden;
- bij utiliteitsbouw bestaat de mogelijkheid tot vermelding van meerdere adressen;
- bij utiliteitsbouw wordt een procentuele onderverdeling naar gebruiksfunctie(s) vermeld;
- bij woningbouw worden de verbetermaatregelen toegelicht.
Het energiegebruik van een woning/gebouw is in herkenbare eenheden uitgedrukt: kWh elektra, m3 gas, GJ warmte, CO2 kg/m2 (alleen utiliteitsbouw).
Aanpassingen/uitbreidingen BRL 9500
De aanpassingen/uitbreidingen in de BRL 9500 hebben betrekking op:
- het aanscherpen van eisen met betrekking tot de manier waarop certificaathouders het gebouw opnemen;
- aanscherping en aanpassingen van de eisen (aan het onderhoud) van het kwaliteitssysteem;
- het aanscherpen van de bepalingen omtrent de controle en sanctionering door certificerende instellingen.
Daarnaast zijn de eerder gepubliceerde wijzigingen en aanvullingen van de BRL9500 gelijk in deze herziene versie geïntegreerd. Deze eerdere aanvullingen betroffen onder andere het opnemen van diplomavereisten bij de vakbekwaamheidseisen aan de EPA-adviseur, het opnemen van vakbekwaamheidseisen aan de EPA-opnemer en het opnemen van een format voor de rapportage aan de opdrachtgever.
Aanpassingen/uitbreidingen in de ISSO-publicaties 75 en 82
De methodiek voor het labelen voor woningen staat beschreven in ISSO-publicatie 82.1 ‘Handleiding EPA-W’, de labelmethodiek voor utiliteitsgebouwen staat beschreven in ISSO-publicatie 75.1 ‘Handleiding EPA-U’.
De herziene ISSO-publicatie 75.1 en 82.1 waren per 1 oktober 2009 definitief en zijn eind november in gedrukte vorm beschikbaar voor de marktpartijen.
Onderstaand overzicht beschrijft de aanpassingen/uitbreidingen in de energielabelmethodiek.
Onderwerp | Aanpassing | Reden van de aanpassing |
Inspectie verschillende woningtypen | In de ISSO-publicatie komt een beschrijving van hoe men onderscheid maakt tussen de verschillende woningtypen. | Om het energielabel te verbeteren wordt op het energielabel het woningtype afgebeeld. |
Definitie onverwarmde zolder | Er is een beslisschema opgenomen om te bepalen of er sprake is van een onverwarmde zolder. | Definitie onverwarmde zolder was niet helder genoeg voor de marktpartijen. |
Gebruiksoppervlakte | Van alle ruimten die tot de verwarmde zone horen moet de gebruiksoppervlakte worden bepaald. | In een beperkt aantal gevallen behoorde een ruimte niet bij het gebruiksoppervlak. Dit leidde in de praktijk tot discussie en onduidelijkheden. |
Vrije invoervelden/ gecontroleerde kwaliteitsverklaringen | In de methode komen een aantal vrije invoervelden waarin de EPA-opnemer/adviseur zelf onder strikte voorwaarden een waarde uit de databank met gecontroleerde kwaliteitsverklaringen mag invullen. Er komen vrije invoervelden voor de Rc-, U-waarden en opwekkingsrendementen. | In een aantal gevallen is precies bekend wat de eigenschappen van bepaalde constructies zijn. In de oude methode mochten deze echter niet gebruikt worden. Er was destijds geen rekening gehouden met het feit dat men de nieuwste technieken ook in de bestaande bouw (ouder dan 10 jaar) kan aantreffen. |
Gebouwen met niet-zelfstandige woonruimte | Gebouwen met niet-zelfstandige woonruimte kunnen als één gebouw worden gewaardeerd. | Verzoek van studentenhuisvesters. |
Energiebesparende maatregelen op het label | Aantal energiebesparende maatregelen op het label worden afhankelijk van het percentage van het totale oppervlak dat zij beslaan. | Adviseurs hebben aangegeven het niet wenselijk te vinden dat als slechts een zeer beperkt deel van de gevel niet geïsoleerd is toch de mededeling verschijnt dat de gevel geïsoleerd moet worden. |
Vervolg tabel met aanpassingen/uitbreidingen ISSO 82 Woningen
Onderwerp | Aanpassing | Reden van de aanpassing |
Aangeven thermische schil | ISSO 82.1 beschrijft eenduidiger hoe de thermische schil moet worden bepaald. De publicatie geeft ook talrijke voorbeelden en figuren. | Er zijn bij ISSO veel vragen binnengekomen m.b.t. de thermische schil. Ook tijdens de analyse van de examens is geconstateerd dat men hier veelvuldig fouten maakt. |
Begrenzingen van constructies | Constructies kunnen in de nieuwe opzet grenzen aan grond, buiten, water, kruipruimten en AOR (Aangrenzende onverwarmde ruimten). | In de oorspronkelijke methodiek was het aantal mogelijke begrenzingen te beperkt. |
Dakramen | Het criterium dat dakramen kleiner dan 2 m2 niet meegenomen mogen worden is komen te vervallen. | In de praktijk is gebleken dat dit niet praktisch was. Alles moest toch worden afgemeten om te bepalen of men boven de 2 m2 kwam. |
Raamsoorten | Methode wordt uitgebreid met beter isolerend glas en meerdere glas/kozijn combinaties. | Er wordt ook 3-voudig HR-glas gebruikt, dit werd nog niet gewaardeerd in de methode. In oude woningen wordt in een aantal gevallen ook HR-glas in metalen kozijnen geplaatst. |
Beter isolerende constructies | De tabellen met Rc-waarden worden verder uitgebreid (was tot 160 mm isolatie wordt 230 mm). | In een aantal gevallen worden bij renovaties dikkere isolatie toegepast. Maakt de methode beter toepasbaar voor nieuwbouw. |
Nieuwe constructies | Methode wordt uitgebreid met nieuwe constructies zoals rieten daken en reflecterende vloerfolies. | In het oosten/noorden van het land komen veel woningen voor met rieten daken. Ook zien we in renovatieprojecten woningen waarbij reflecterende folies worden toegepast. |
Aanpassing infiltratie | In de methode wordt in het vervolg alleen nog gekeken naar afdichtingen bij ramen. Kruipluiken en leidingdoorvoeren komen hiermee te vervallen. | Bijdrage van infiltratie door kruipluiken en leidingdoorvoeren heeft nagenoeg geen invloed op de uitkomst en in de markt werd de afdichting bij kruipruimten door iedereen anders geïnterpreteerd. |
Decentrale ventilatie | Methode wordt uitgebreid met decentrale ventilatie. | In renovatieprojecten zal in de toekomst veelvuldig decentrale ventilatie worden toegepast. |
Micro-WKK | Methode wordt uitgebreid met Micro-WKK. | In renovatieprojecten zal in de toekomst veelvuldig Micro-WKK worden toegepast. |
Tapwater warmtelevering door derden | Methode wordt uitgebreid met tapwater warmtelevering door derden. | In een aantal gebouwen wordt voor de bereiding van warm tapwater gebruik gemaakt van warmtelevering door derden. |
Circulatieleidingen | Verlies bij systemen met circulatieleidingen wordt aangepast. | Voor woningen met circulatieleidingen is het lastig om tot een goede score te komen. |
Plaatsing opwekker binnen of buiten de thermische schil | Verschil in rendement tussen de opwekker binnen en buiten de thermische schil wordt beter afgestemd op NEN 5128. | Rendementsverschil tussen de opwekker binnen en buiten de thermische schil was te klein. |
COP warmtepompen | COP-waarden van warmtepompen wordt beter afgestemd op NEN 5128. | Afwijking ten opzichte van NEN 5128 was te groot. |
Douche WTW | Methode wordt uitgebreid met douchewater WTW. | In renovatieprojecten zal in de toekomst regelmatig douche WTW worden toegepast. |
Gaskeur | Warm-tapwateropwekkers met gaskeurlabel worden gewaardeerd. | Warm-tapwateropwekkers met gaskeurlabels werden niet gewaardeerd. |
Zonneboiler | Bijdrage van zonneboiler is aangepast. | Bijdrage van zonneboilers aan de energiebesparing was te laag. |
Onderwerp | Aanpassing | Reden van de aanpassing |
Nadere toelichting indeling energiesectoren | De methodiek bevat een aantal beslisschema’s om tot een betere en eenduidige indeling van energiesectoren te komen. | Naar aanleiding van vragen/examens en georganiseerde workshops blijkt dit voor de EPA-adviseur een knelpunt te zijn. |
Gebruiksoppervlakte | Nu moet van alle ruimten die tot de verwarmde zone horen de gebruiksoppervlakte worden bepaald. Huidige aanpak is eenduidiger en de reproduceerbaarheid is groter. | In een beperkt aantal gevallen behoorde een ruimte niet bij het gebruiksoppervlak. Dit leidde in de praktijk tot discussie en onduidelijkheden. |
Vrije invoervelden/ gecontroleerde kwaliteitsverklaringen | In de methode komen een aantal vrije invoervelden waarin de EPA-adviseur zelf onder strikte voorwaarden een waarde uit de databank met gecontroleerde kwaliteitsverklaringen mag invullen. Er komen vrije invoervelden voor de Rc-, U-waarden en opwekkingsrendementen. | In een aantal gevallen is precies bekend wat de eigenschappen van bepaalde constructies zijn in de oude methode mochten deze echter niet gebruikt worden. |
Gebruiksfuncties | Betere aanwijzing wat er onder de verschillende gebruiksfuncties wordt verstaan. | Het gebruik van de verschillende gebruiksfuncties leidt tot verschillen. |
Casco winkels | Aanwijzingen hoe met casco winkels omgegaan moet worden. | Vastgoedeigenaren van winkels hebben veel interesse in labels. Het probleem was echter dat het afhankelijk was van de adviseur hoe e.e.a. meegenomen werd. |
Energiebesparende maatregelen op het label | Aantal energiebesparende maatregelen op het label wordt afhankelijk van het percentage van het totale oppervlak dat zij beslaan. | Adviseurs hebben aangegeven het niet wenselijk te vinden dat als slechts een zeer beperkt deel van de gevel niet geïsoleerd is toch de mededeling verschijnt dat de gevel geïsoleerd moet worden. |
Begrenzingen van constructies | Constructies kunnen in de nieuwe opzet grenzen aan grond, buiten, water, kruipruimten en AOR. | In de oorspronkelijke methodiek was het aantal mogelijke begrenzingen te beperkt. |
U-waarden en ZTA-waarden | U-waarden en ZTA-waarden worden beter afgestemd op NPR2068. | ZTA-waarden waren in een aantal gevallen te laag. De U-waarden weken licht af van wat standaard werd verondersteld. |
Infiltratie | Infiltratieberekening is verbeterd. Naast bouwjaar speelt ook de detaillering en bouwwijze een rol bij de bepaling van de infiltratie. | Infiltratie was teveel afhankelijk van het bouwjaar. Ook bij gebouwen met kier- en naaddichting was de infiltratie te hoog. |
Mechanische afzuiging | Bij mechanische afzuiging kan men nu zelf ook een debiet opgeven. | Ook bij alleen mechanische afzuiging is bekend wat er wordt afgezogen. |
De herziene uitgave (2009) 75.1 en 82.1 (2009) zijn (binnenkort) te bestellen via de ISSO-winkel
Terugkomdagen
Om de deelnemers van de instructiebijeenkomsten EP-certificaat woningen en utiliteit op de hoogte te brengen van de belangrijkste wijzigingen zal ISSO een aantal terugkomdagen organiseren. Deze zullen begin 2010 gepland worden en plaatsvinden in Rotterdam. U kunt uw belangstelling kenbaar maken via e-mail aan s.suvaal(at)isso.nl



