|
Samenvatting:
Inleiding Er zit heel veel techniek in de 1.500 zwembaden in Nederland. Zwembaden, die om hun attractiewaarde te vergroten of te willen behouden, zijn voorzien van glijbanen, fonteinen, golfslagbaden en een hogere zwemwatertemperatuur. Nadeel is dat deze voorzieningen een hoger energiegebruik en meer aerosolvorming (legionellarisico) veroorzaken. Vermindering van het energiegebruik en legionellapreventie zijn dan ook belangrijke aandachtspunten bij het beheer van een zwembad. Zeker met het oog op de toename van de energiekosten en milieu- en veiligheidseisen.
Zonder sancties geen resultaat Zoals blijkt bij de invoering van het energielabel voor woningen is een beleidsmaatregel waaraan geen sanctie is verbonden gedoemd te mislukken. Zo zijn ook de gemeentelijke sportaccommodaties, zoals zwembaden, per 1 januari 2009 verplicht om een zichtbaar energielabel te hebben. Dit geldt voor alle accommodaties groter dan 1.000 m² die geheel of gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn. Artikel 2.4 van de BEG luidt: De eigenaar van een gebouw met een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m2, waarin door een overheidsdienst of overheidsinstelling diensten aan het publiek worden verleend en dat met het oog daarop door een groot aantal personen wordt bezocht, heeft een energieprestatiecertificaat. De eigenaar brengt dit aan op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats in het gebouw. De verplichting geldt dus ook het gebouw waarin een gemeentelijke sportaccommodatie is gevestigd. Ten aanzien van legionellapreventie is er sinds 2004 wetgeving. VROM inspectie in de provincie houdt daar toezicht open passen waar nodig bestuursdwang toe.
Het Convenant Energie en Milieu voor Zwembaden, Sporthallen en Kunstijsbanen Geen resultaat gold ook voor het in juni 2000 naar aanleiding van de AMvB voor horeca, sport en recreatie door belanghebbenden overeengekomen Convenant Energie en Milieu voor Zwembaden, Sporthallen en Kunstijsbanen. Met het convenant verplichtten de brancheorganisaties en de betrokken overheidsinstanties zich om de gezamenlijk voor 2010 bepaalde milieudoelstellingen te realiseren. Zoals o.a. 25% meer energie-efficiency en 20% meer water- en chemicaliën efficiency.
Het is ook hier jammer dat, door het achterblijven van het aantal beoogde deelnemers en het niet actief invulling geven aan de aangegane verplichtingen, het convenant per 1 januari 2005 moest worden beëindigd. De doelstelling was ambitieus maar zonder sancties helaas niet te realiseren.
Integrale aanpak noodzakelijk De inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving (energielabel) kan de nodige veranderingen met zich mee brengen in de manier waarop men binnen het bedrijf of instelling met het thema ‘milieu’ omgaat. Uitgangspunt van de regelgeving is dat men zelf verantwoordelijk is om de milieubelasting van het bedrijf te minimaliseren. Naast een aantal verplichtingen brengt dit ook de kans voor een efficiëntere bedrijfsvoering en dus bedrijfseconomische voordelen met zich mee. Bij zwembaden geldt dat watergebruik, chemicaliëngebruik en energiegebruik zodanig met elkaar samenhangen dat een integrale aanpak nodig is. Andere milieu-aspecten die op zichzelf staan zoals het lozen van afvalwater en energiezuinige verlichting kunnen ook daartoe worden gerekend.
Bij een integrale aanpak staat voorop dat zwembaden voldoen aan de regels ter bescherming van de volksgezondheid, zoals vastgelegd in de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden. Op grond van de AMvB horeca, sport en recreatie is degene die een zwembad beheert zelf verantwoordelijk voor het terugdringen van de milieubelasting daarvan. De AMvB werkt dit per milieuthema uit. De maatregelen die bij de integrale aanpak een rol spelen zijn het beperken van het energie-, water-, en chemicaliëngebruik. Concreet betekent dit dat een maatregel die energie, water en chemicaliën bespaart, moet worden genomen als deze rendabel is. In de regel is hiervan sprake als de terugverdientijd vijf jaar of minder is.
Veilig en comfortabel zwemmen In deze ThemaTech wordt een aantal aspecten om het zwembad een veilige en comfortabele omgeving te laten zijn behandeld. Zaken waar je als gebruiker van het zwembad zolang als alles goed is, niet bij stilstaat. De desinfectie van het zwembadwater, de continue zorg om legionellabesmetting te voorkomen en de lucht- en waterkwaliteit. Voor de eigenaar van het zwembad komen daarbij ook nog eens de hiervoor genoemde maatregelen om het energiegebruik te beperken en het milieu te sparen. De installatiesector zal de beheerder daarbij graag de helpende hand bieden.
Aantal:
|