|
Samenvatting:
Deze publicatie bevat de berekeningsmethode voor het bepalen van het per vertrek te installeren verwarmingsvermogen en gaat nader in op het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve bron.
In de berekeningsmethode wordt onderscheid gemaakt in woningen/woongebouwen die voldoen aan de (nieuwbouw) eisen van het Bouwbesluit en bestaande woningen/woongebouwen die er niet aan voldoen.
Voor beide typen woningen/woongebouwen zijn de volgende berekeningsmethoden opgenomen:
- Een verkorte methode voor het bepalen van het aansluitvermogen op basis van het schilverlies;
- Een methode voor het bepalen van het per vertrek op te stellen vermogen;
- Een methode voor de bepaling van het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve warmteopwekker.
Het in een vertrek op te stellen vermogen bestaat uit een drietal bijdragen:
- Het transmissiewarmteverlies;
- Het warmteverlies door buitenluchttoetreding;
- De toe te rekenen toeslag voor opwarming na eventuele nachtverlaging of bedrijfsbeperking.
De methode is conform de norm NEN-EN 12831. In de nieuwe methode wordt rekening gehouden met LTV-systemen. Qua terminologie en maatvoering wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het Bouwbesluit zoals dat sinds januari 2003 van toepassing is. De verschillende ventilatiesystemen die in de woningbouw gebruikt worden komen uitgebreid aan de orde. De methodiek wordt toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden.
Aantal:
|