Publicatie 53 Warmteverliesberekening voor utiliteitsgebouwen


Categorie: ISSO_publicatie
Prijs: € 70,00 (ex. BTW)
ISBN: 978-90-5044-092-9
Jaar: 2003

terug naar overzicht

Samenvatting:
Deze publicatie bevat de berekeningsmethode voor utiliteitsgebouwen met vertrekhoogten van 5 meter en lager. De berekeningsmethode bevat gegevens voor het bepalen van het per vertrek te installeren vermogen en gaat nader in op het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve bron. In de berekeningsmethode wordt onderscheid gemaakt in utiliteitsgebouwen die voldoen aan de (nieuwbouw) eisen van het Bouwbesluit en (utiliteits)gebouwen die er niet aan voldoen. Voor beide typen utiliteitsgebouwen zijn de volgende berekeningsmethoden opgenomen:
- een verkorte methode voor het bepalen van het aansluitvermogen op basis van het schilverlies;
- een methode voor het bepalen van het per vertrek op te stellen vermogen;
- een methode voor de bepaling van het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve bron.

Het in een vertrek op te stellen vermogen bestaat uit een drietal bijdragen:

  • het transmissiewarmteverlies;
  • het ventilatiewarmteverlies;
  • de toe te rekenen opwarmtoeslag voor opwarming na eventuele nachtverlaging of bedrijfsbeperking.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de opwarming na een meerdaagse bedrijfsbeperking en een dagelijkse bedrijfsbeperking. De methode sluit aan bij de in ontwikkeling zijnde Europese norm EN 12831.
In de nieuwe methode wordt rekening gehouden met LTV-systemen. Qua terminologie en maatvoering wordt aangesloten bij het Bouwbesluit. E.e.a. wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Woningen en woongebouwen worden behandeld in ISSO-publicatie 51. Het bepalen van de warmtebehoefte van industriegebouwen of ruimten hoger dan 5 m geschiedt in ISSO-publicatie 57.

Aantal:  

terug naar overzicht

snelnav
ISSO winkel
Inschrijven bijeenkomsten
Inloggen ISSO Digitaal
foto
foto
foto
foto
home login mail vraag zoeken