|
Samenvatting:
Deze handleiding richt zich op beheerders (eigenaren, adviseurs en installateurs) van collectieve leidingwaterinstallaties die buiten de reikwijdte van de Regeling voor legionellapreventie van het Waterleidingbesluit vallen. Het doel van deze handleiding is om hen op een eenvoudige, toegankelijke en overzichtelijke manier te adviseren over de invulling van de zorgplicht voor het beschikbaar stellen van deugdelijk drinkwater die zij hebben op basis van de Waterleidingwet en het Waterleidingbesluit. De handleiding richt zich daarbij uitsluitend op de zorgplicht met betrekking tot het aspect Legionella.
In deze Handleiding is de volgende werkwijze gepresenteerd:
A. Inventarisatie tappunten met behulp van een beperkte risicoanalyse. Het doel hiervan is vast te stellen of en aan hoeveel tappunten relevante hoeveelheden aërosolen kunnen vrijkomen. Deze inventarisatie kan in principe door de eigenaar van de installatie zelf worden uitgevoerd en richt zich uitsluitend op de tappunten.
B. Vervolgens zijn er drie mogelijkheden:
1. Als er geen tappunten zijn waar relevante hoeveelheden aërosolen (RHIA) kunnen vrijkomen, dan is men klaar.
2. Als aan een relatief beperkt aantal tappunten aërosolvorming optreedt, kan een aanpak worden gevolgd die zich uitsluitend richt op die tappunten.
3. Als aan een relatief groot aantal tappunten aërosolvorming optreedt, is het uitvoeren van een risicoanalyse voor de gehele installatie gewenst.
C. Ten slotte kunnen de uitgevoerde risicoanalyse en eventueel te nemen beheersmaatregelen worden vastgelegd in een beheersinstructie.
Aantal:
|