|
Samenvatting:
200Deze publicatie bevat de berekeningsmethode voor ruimten met vertrekhoogten hoger dan 5 meter . De berekeningsmethode bevat gegevens voor het bepalen van het per vertrek te installeren vermogen en gaat nader in op het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve bron.
In de berekeningsmethode wordt onderscheid gemaakt in gebouwen die voldoen aan de (nieuwbouw) eisen van het Bouwbesluit en gebouwen die er niet aan voldoen.
Voor beide typen gebouwen zijn de volgende berekeningsmethoden opgenomen:
- een methode voor het bepalen van het per vertrek op te stellen vermogen;
- een methode voor de bepaling van het aansluitvermogen c.q. de bijdrage aan een collectieve bron.
Het in een vertrek op te stellen vermogen bestaat uit een drietal bijdragen:
- het transmissiewarmteverlies;
- het ventilatiewarmteverlies;
- de toe te rekenen opwarmtoeslag voor opwarming na eventuele nachtverlaging of bedrijfsbeperking.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de opwarming na een meerdaagse bedrijfsbeperking en een dagelijkse bedrijfsbeperking De methode sluit aan bij de in ontwikkeling zijnde Europese norm EN 12831. In de nieuwe methode wordt rekening gehouden met LTV-systemen. Qua terminologie en maatvoering wordt aangesloten bij het Bouwbesluit. E.e.a. wordt toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden.
Woningen en woongebouwen worden behandeld in ISSO-publicatie 51.
Het bepalen van de warmtebehoefte van utiliteitsgebouwen met ruimten lager dan 5 m geschiedt in ISSO-publicatie 53.
Aantal:
|